Waarom de natuurbrand op ’t Harde pas na vier dagen echt 'uit' was
'T HARDE - De vlammen van de grote natuurbrand bij 't Harde waren al vrij snel weg. Toch duurde het vier dagen voordat de brandweer het sein 'brand meester' gaf. Dat klinkt misschien vreemd: wie geen vlammen meer ziet, denkt al snel dat een brand voorbij is. Waarom duurt nablussen in de natuur zo lang?
De belangrijkste reden is dat bij een natuurbrand het vuur kan blijven zitten in de bovenste laag van de bodem, schrijft Omroep Gelderland. Denk aan bladeren, takken en ander droog materiaal op de grond. Ook de buitenste laag van bomen kan nog heet zijn.
Zuurstof
Daarom zoekt de brandweer naar hotspots. Dat zijn plekken waar nog vuur of veel hitte zit. Soms gaat het om een kleine vuurhaard die nog niet helemaal uit is, soms zit de warme in de strooisellaag of humuslaag: de laag van bladeren en takken op de grond.
Dat maakt nablussen lastig. Het vuur hoeft niet meer zichtbaar te zijn om toch gevaarlijk te blijven. Vooral in gebieden met een dikke humuslaag kan het vuur onder de grond doorgaan.
Warme plekken zoeken
Daarom kijkt de brandweer niet alleen naar rook of vlammen, maar gebruikt ze ook warmtebeeldcamera's. Die zitten op brandweerauto's en op drones. Vanuit de lucht ziet de brandweer waar nog warme plekken zijn.
Bij 't Harde ging de aandacht vooral naar de randen van het gebied, zei postcommandant Roy van Dieren destijds tegen Omroep Gelderland. Daar wilde de brandweer de warmte zoveel mogelijk uit de grond krijgen, zodat het niet kon overslaan naar natuur die nog niet verbrand was.
De brand brak woensdag 29 april uit op militair terrein bij het Artillerie Schietkamp ’t Harde (ASK). Er ging volgens de veiligheidsregio zo’n 500 hectare natuur verloren, ruim 700 voetbalvelden. Defensie bevestigde dat de brand ontstond tijdens een oefening. Wat er precies gebeurde, is nog niet duidelijk. Op de website van Defensie stond een oefening gepland onder de naam: "Geweer- en mitrailleurvuur, kanon en werken met explosieven."
Onderzoek naar de precieze oorzaak kon pas beginnen nadat de brandweer het sein brand meester gaf. Dat gebeurde zaterdagochtend. Inmiddels is de brand helemaal uit.
Andere methode
Soms moet ook het terrein zelf worden aangepakt. Zo kan het terrein worden geklepeld: bij klepelen wordt begroeiing kort en fijn gemaaid, zodat er minder brandbaar materiaal overblijft. De VNOG wijst ook op frezen als methode: daarbij wordt de bovenste grondlaag losgemaakt en gemengd met vochtigere grond. Zo ontstaat een strook die minder makkelijk brandt.
Maar pas als er geen vuur, rook of hitte meer is, is een natuurbrand echt uit volgens de VNOG. Tot die tijd moet de brandweer blijven controleren, ook al zijn de vlammen weg.
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar [email protected] of bel: 0341-798298.

