Poppendokter in Terschuur krijgt bijzondere patiënten: 'Ze zijn helemaal kapot geknuffeld'
TERSCHUUR – Al ongeveer 40 jaar is Liesbeth van Marion poppen- en berendokter. In die tijd heeft ze al duizenden exemplaren bijgewerkt, genaaid, gelijmd en geboetseerd. Van antieke porseleinen poppen tot teddyberen. Deze week hield ze spreekuur in het Oude Ambachten- en Speelgoedmuseum.
Ze heeft het druk. Van 11.00 tot een uur of 15.00 komen er ‘patiënten’ binnen. Sommige missen een oog, andere liggen helemaal in duigen. Elk exemplaar wordt zorgvuldig bekeken en, als het kan, gerepareerd. “Als het iets kleins is wat ik gelijk kan maken, doe ik het gewoon hier", legt Van Marion uit. “Maar als ik echt langer de tijd nodig heb, dan moeten ze mee naar mijn atelier.”
Atelier in Leiden
Haar atelier, Vlijtig Liesje, staat in Leiden. Daar repareert ze de poppen en maakt ze kleding voor ze. Ze werkt er twee dagen per week. “Soms meer als ik er niet uitkom”, lacht ze. “Als ik er vandaag heel veel mee naar huis krijg, dan moet ik het voor juni klaar hebben. Als ik bijvoorbeeld zit met droogtijden van het kleien en verven, dan pik ik er een paar uurtjes extra bij.”
Via een vrijwilliger kwam ze in het speelgoedmuseum terecht. Inmiddels zit ze hier al dertig jaar. Eens in de drie maanden houdt ze een spreekuur. Vanuit het hele land komen dan patiënten voor een medische keuring. In totaal repareert Van Marion zo'n 200 poppen per jaar.
Nieuwe generatie
Inmiddels is het atelier uitgegroeid tot een familiebedrijf. Haar man helpt met het uitdelen van poppen en beren en dochter Lianne is nu ook berendokter. Dat is maar goed ook, want er zijn nog maar weinig poppendokters in Nederland. “Toen ik begon was ik de jongste. De meesten waren al ouder, en ja, inmiddels zit dat allemaal in een rolstoel of ligt in een kistje.”
Van Marion merkt zelf ook dat ze ouder wordt. Ze heeft onder andere artrose in haar handen en bouwt daarom langzaam af. “In mijn eentje red ik het niet meer. Als ik kracht moet zetten, dan helpt mijn man. En steeds meer reparaties gaan naar mijn dochter. Sommige dingen zijn gewoon te pietenpeuterig. Met kleine naaldjes werken kon ik vroeger uren, nu niet meer.”
Dat er steeds meer reparaties naar haar dochter gaan, vindt Lianne helemaal niet erg. “Ik vind het hartstikke leuk om te doen”, zegt ze. “Mijn moeder en ik lijken heel erg op elkaar. We hebben eigenlijk nooit ruzie en er is bijna geen discussie. We reageren vaak hetzelfde, soms zelfs met dezelfde woorden. Dat maakt het samenwerken gewoon heel fijn.”
Dankbaar werk
Volgens moeder en dochter is het werk vooral dankbaar. Veel poppen en knuffels hebben emotionele waarde. “Dat mensen een pop laten maken die dan in een soort schilderijtje terechtkomt. Vaak is die van een kind, een zusje of een moeder geweest. Daar zit zoveel emotionele waarde in. Het is een herinnering aan een geliefde, dat vind ik de mooiste reparaties.”
“Ik vind kinderknuffels het leukst", zegt Lianne. “Die zijn echt helemaal kapot geknuffeld. En als een kind dan zelf een stofje uitzoekt en zijn knuffel terugkrijgt, dat is gewoon prachtig.”
Goud waard
“En natuurlijk ook kinderen", beaamt Van Marion. “Als we een kinderreparatie hebben, zet ik een stoeltje op de toonbank”, zegt Van Marion. “Dan zien ze meteen hun knuffel weer. Dat is hartstikke leuk.”
Want het repareren van poppen en beren draait vooral om emotie. “Vaak is een reparatie duurder dan wat de pop waard is. Maar dat maakt voor mensen niet uit. Het is voor hen goud waard.”
💬 Mail ons!
Heb jij een tip of opmerking? Mail naar de redacties: [email protected] of bel:
Redactie Nijkerk 0341-798298 | Redactie Nunspeet 0341-258133
